‘Je moet niet bang zijn voor conflicten’

‘Je moet niet bang zijn voor conflicten’

Als de samenwerking in een bouwproject ontspoort, kan de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen helpen bij het oplossen van de kwestie. De bestuursvoorzitter van die raad, mr. Reina Weening, opent op 25 november het congres Gamechangers in de Bouw & Infra. Hoe kijkt zij aan tegen samenwerking in de bouw? “Conflicten houdt mensen scherp en helpt hen ook verder.”

Reina Weening is sinds 2015 actief in de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA). Deze raad behandelt jaarlijks rond de 550 zaken, waarvan Weening er een stuk of 8 voor haar rekening neemt. Daarnaast krijgt ze als senior raadsheer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ook weleens te maken met conflicten in de bouw. Haar doel is niet louter om te komen tot juridische uitspraken, maar ook om conflicten voortijdig te kunnen beslechten. Zij ziet regelmatig dat zaken worden geschikt.

Schikken

‘Je moet niet bang zijn voor conflicten’“Ik houd partijen vaak voor”, begint Weening (foto rechts), “dat als ze er zelf kunnen uitkomen, ze ook de uitkomst zelf in de hand hebben. Ze lopen dan niet het risico dat wij als arbiter of rechter iets zeggen dat hen niet welgevallig is. Soms geef ik ook een voorlopig oordeel, wat kan helpen om tot een schikking te komen. En soms hoeft zelfs dat niet en blijkt wel uit de vraagstelling hoe wij er als arbiter over denken. Dat kan partijen helpen om alsnog te schikken.”

Er zijn ook andere manieren waarop schikkingen tot stand komen. Weening: “Alleen al het feit dat ieder zijn verhaal doet en de kans heeft zich te ontladen, kan helpen bij het bieden van een opening of het wegnemen van wantrouwen. Komen er advocaten bij, dan kan een conflict zich verdiepen. Er zijn echter ook advocaten die er heel goed in zijn om de plooien van een conflict glad te strijken. En het helpt ook dat wij er zijn. Vreemde ogen dwingen, waardoor alleen al onze aanwezigheid leidt tot schikkingen.”

Met enkele jaren ervaring en na een rondgang bij diverse partijen, snapt Weening ook wel waarom de samenwerking in de bouw gemakkelijk misloopt. “Kenmerkend voor de bouw is de samenwerking tussen publieke en private partijen, waarbij je vaak te maken hebt met aanbesteden en contracten. In andere branches ga je dan op gelijkwaardig niveau met elkaar in gesprek en wordt er over een contract onderhandeld. In de bouw heb je echter te maken met contracten die vooraf al door de opdrachtgever zijn opgesteld. Met nagenoeg geen ruimte voor onderhandelingen over aansprakelijkheden en risico’s.”

“Bovendien”, vervolgt Weening, “zijn degenen die namens de publieke opdrachtgevers de aanbestedingen verzorgen vaak niet dezelfde personen die daarna het project daadwerkelijk uitvoeren en te maken krijgen met de aannemer. Dat geldt ook aan de kant van de aannemer. De uitvoerenden bij de aannemer zijn niet noodzakelijkerwijs op de hoogte van het project en gaan er vaak opnieuw naar kijken. Bij grotere projecten, en zeker in de infra, heb je daarnaast ook nog te maken met de omgeving en de maatschappij. Dus nog meer partijen en belanghebbenden.” En kansen op botsingen.

Wantrouwen

Weening heeft de afgelopen jaren de Marktvisie op de voet gevolgd en ook geproefd van het ongemak en wantrouwen in de bouw. Is er wat dat betreft al iets verbeterd? Natuurlijk komt zij in haar werk vooral ‘het gedoe’ tegen. Zij heeft daarom ook haar oor te luisteren gelegd bij Rijkswaterstaat (Jean Luc Beguin) en Bouwend Nederland (Maxime Verhagen). De complete interviews staan in het Jaarbericht 2020 van de RvA, waarin Beguin zich gematigd positief uitspreekt over de ontwikkelingen.
Beguin: “De Marktvisie heeft geholpen om de afstand tussen partijen, die was ontstaan vanuit de bouwfraude, te verminderen. Het echte commitment en ook de concrete doorvertaling samen met de markt is wel een uitdaging geweest.”
Verhagen is echter kritischer, aldus Weening, als hij in het Jaarbericht van de RvA zegt: “Helaas moeten wij constateren dat er van alle goede bedoelingen weinig terecht is gekomen. De Marktvisie riep op tot een redelijke en billijke verdeling van risico’s. Ook nu worden niet-calculeerbare risico’s bij de markt gelegd. Op papier is de Marktvisie prachtig. In de dagelijkse praktijk loop je nog steeds aan tegen oude conflicten of verschillen van opvatting.”

In reactie daarop zegt Weening: “Ik zie dat nog vaak. Maar ja, als ze bij mij komen, is het altijd al te laat. Samenwerken vereist gedragsverandering en dat gaat niet zo snel. In een gesprek dat ik onlangs had met bouwrechtadvocaten bleek ook dat de trend van het ‘oude gedrag’ nog aan beide kanten leeft. Aannemers denken vaak dat ze niet begrepen worden of ze kijken na gunning zelf opnieuw naar het ontwerp. Opdrachtgevers denken heel vaak vanuit wantrouwen, zeker als de aannemer ‘piept’. Dan wordt gedacht dat de aannemer dat alleen maar doet voor meerwerk.”

Contractvormen

Als we vervolgens kijken naar de werking van bepaalde contractvormen, stelt Weening dat bij UAVgc-contracten de partijen verder uit elkaar komen te staan dan je noodzakelijkerwijs zou willen. “Die contracten zijn zo ingericht dat je het ontwerpen en bouwen helemaal bij de aannemer legt, waarbij de opdrachtgever op een afstand wordt gezet. Die moet alleen informatie verschaffen en heeft een zekere, minimale controlerende rol. UAVgc-contracten bieden weliswaar een uitgewerkt en gebalanceerd construct over aansprakelijkheden en eventuele risico’s, maar hebben als nadeel dat sommige opdrachtgevers ook bepaalde bepalingen ervan herschrijven. Dan leggen ze meer aansprakelijkheden bij de aannemer neer, waardoor de balans zoek is.”

“Het zou beter zijn”, vervolgt Weening, “om voor aanbestedingen te werken met voorwaarden die algemeen verbindend verklaard zijn, zoals dat in andere sectoren gebeurt. Daarvan kun je dan niet afwijken in het na- of voordeel van een van beide partijen. Daarnaast is er dan nog wel ruimte voor projectspecifieke contractuele bepalingen.”

“Het is verder een utopie dat bouwteams de oplossing vormen voor conflicten. Je moet echter ook niet bang zijn voor conflicten. Ga ze vooral niet uit de weg, dat is mijn kernboodschap. Conflicten houdt mensen scherp en helpt hen ook verder. Botsingen leiden altijd tot iets. Als je van tevoren maar afspreekt hoe je met die botsingen of wrijvingen omgaat.”

“Voor dat doel”, besluit Weening, “ga ik tijdens het congres Gamechangers in de Bouw & Infra een set van regels aanleveren. Over hoe je met elkaar kunt reageren bij conflicten en van tevoren vastlegt hoe je dat doet en in welk stadium.”

Reina Weening is op donderdag 25 november in Amersfoort de eerste keynote spreker tijdens het congres Gamechangers in de Bouw & Infra met het thema ‘Bouwteam: de hete hangijzers. Het complete programma vind je hier.

Tekst: Ysbrand Visser
Foto boven: Shutterstock

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven